vrijdag 16 maart 2012

Hervorming van de roerende voorheffingen ( RV ) voor Belgische ingezetenen



Bij de begrotingsonderhandelingen aan het einde van het jaar werden een heleboel pistes onderzocht met het oog op de hervorming van de fiscaliteit van het roerend inkomen van de Belgische ingezetenen. Op 13 december jongstleden werd een wetsontwerp neergelegd waaruit de omvang kan afgeleid worden van de ‘pijnlijke hervormingen’ waarover tijdens de budgettaire discussies onderhandeld werd. Goldwasser Exchange vond het dan ook opportuun om u in te lichten over de manier waarop de nieuwe regering van plan is om in de toekomst uw roerende inkomsten te belasten.


Verhoging van de roerende voorheffing
In de eerste plaats voorziet de wet dat de roerende voorheffing op uw roerende inkomsten, die gewoonlijk aan de bron ingehouden wordt, met 6% verhoogd wordt.
Die verhoging betreft in het bijzonder:
  • de interesten, die zullen belast worden tegen 21% in plaats van de huidige 15%. Dat betreft dan bijvoorbeeld de inkomsten uit obligaties, kasbons of staatsbons, maar ook de ‘interestcomponent’ van de meerwaarde die gerealiseerd wordt op aandelen van kapitalisatiebeveks die in obligaties beleggen, en meer in het algemeen op de inkomsten uit effecten met vaste opbrengsten;
  • de dividenden die op dit ogenblik onderworpen zijn aan een roerende voorheffing van 15%. Die zullen voortaan ook belast worden tegen 21%. Het gaat dan vooral over dividenden op aandelen die middels een inbreng in speciën uitgegeven werden na 1994 en op naam ingeschreven of gedematerialiseerd werden.
De verhoging zou evenwel niet van toepassing zijn op:
  • de dividenden die nu al onderworpen zijn aan een roerende voorheffing van 25%. Die blijven tegen hetzelfde tarief belast;
  • de interesten uit spaardeposito’s, die belast blijven tegen 15% voor zover ze niet vrijgesteld zijn (eerste tranche van 1.770 euro);
  • de staatsbons uitgegeven tussen 24/11/2011 en 2/12/2011, die eveneens onderworpen blijven aan het tarief van 15%;
  • de liquidatieboni, die onderworpen blijven aan het huidige tarief van 10%.

Bijkomende bijdrage op sommige roerende inkomsten – Principes
Naast de verhoging van de roerende voorheffing, voorziet de regering tevens de invoering van een bijkomende bijdrage van 4% voor natuurlijke personen van wie het jaarlijks roerend inkomen hoger is dan 20.000 euro.
Dat betekent dat indien iemands roerende inkomsten hoger zijn dan dat bedrag, het excedentair gedeelte niet alleen zal onderworpen worden aan de roerende voorheffing van 21% maar ook aan de bijkomende bijdrage van 4%, wat de belastingvoet dus op 25% brengt.
Iemand die bijvoorbeeld in de loop van het jaar 30.000 euro aan interesten ontvangt, zou dan als volgt belast worden: [30.000 x 21%] + [10.000 x 4%]. Dat komt neer op 6.700 euro in plaats van de huidige 4.500 euro (30.000 x 15%).
Deze bijkomende bijdrage zal echter niet van toepassing zijn op:
  • dividenden die al tegen 25% belast worden;
  • de interesten uit spaardeposito’s;
  • de liquidatieboni;
  • de staatsbons die uitgegeven werden tussen 24/11/2011 en 2/12/2011.
Hoewel de dividenden die tegen 25% belast worden en de interesten uit spaardeposito’s niet aan de bijkomende bijdrage onderworpen worden, worden ze wel in aanmerking genomen voor de berekening van het plafond van 20.000 euro.
Indien bijvoorbeeld iemand 20.000 euro ontvangt aan dividenden die tegen 25% belast zijn en 10.000 euro aan interesten, dan zullen die interesten in hun geheel onderworpen worden aan de bijkomende bijdrage omdat het vrijgestelde bedrag van 20.000 euro al opgeslorpt wordt door de dividenden.

Bijkomende bijdrage op sommige roerende inkomsten – Wijze van inning
Voor de praktische uitvoering van die bijdrage moet de belastingplichtige een keuze maken.
  • ofwel kiest hij ervoor dat de bijkomende bijdrage afgehouden wordt aan de bron. In dat geval zal de bank of de beursvennootschap niet verplicht zijn om de belastingadministratie in te lichten over de roerende inkomsten die hem toegekend werden;
  • ofwel opteert hij niet voor de afhouding aan de bron van de bijkomende bijdrage. In dat geval zal die bijdrage vastgesteld worden op basis van de belastingaangifte van de belastingplichtige. De bank of de beursvennootschap moet in dat geval de belastingdiensten wél inlichten over de roerende inkomsten die hem toegekend werden. Dat moet de belastingadministratie in staat stellen om na te gaan of de roerende inkomsten die mogelijk onderworpen zijn aan de bijkomende bijdrage wel degelijk aangegeven werden.
Maar wat als de belastingplichtige gekozen heeft voor een heffing aan de bron en uiteindelijk blijkt dat hij de belasting niet verschuldigd is, bijvoorbeeld omdat het totaal van zijn roerende inkomsten lager is dan 20.000 euro? In dat geval heeft de belastingplichtige de mogelijkheid om al zijn roerende inkomsten op te nemen in zijn belastingaangifte om zodoende aan te tonen dat ze het plafond van 20.000 euro niet overtreffen. Op die manier kan hij de bijkomende bijdrage die onterecht aan de bron geheven werd terugkrijgen.
Het gaat daarbij wel degelijk om een mogelijkheid en niet om een verplichting. De belastingplichtige kan dus ook verzaken aan de terugvordering van de bijkomende bijdrage. In dat geval krijgt de inhouding aan de bron een bevrijdend karakter, wat de belastingplichtige toelaat om de anonimiteit te bewaren aangaande zijn roerende inkomsten.

Wat met de meerwaarde op aandelen?
In weerwil van de talrijke geruchten die de ronde deden betreffende de belasting van de meerwaarde op aandelen, stellen we vast dat het wetsontwerp geen wijziging van het belastingregime voorziet voor meerwaarden die gerealiseerd worden door natuurlijke personen.
Meerwaarden die gerealiseerd worden door natuurlijke personen in het raam van het normaal beheer van hun privépatrimonium blijven dus vrijgesteld van belasting.

Inwerkingtreding
De nieuwe fiscale maatregelen die hiervoor samengevat werden, komen normaal gezien in voege op 1 januari 2012.
Dat veronderstelt evenwel dat het wetsontwerp dat op 13 december 2011 werd ingediend nog voor het einde van het jaar moet goedgekeurd worden door het parlement en in het Belgisch Staatsblad moet verschenen zijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten