maandag 5 maart 2012

De obligatiemarkt



De wereld van de obligaties is groot en divers.


De obligatiemarkt kan meteen al onderverdeeld worden in twee continenten: de openbare obligaties en de privé-obligaties.

Openbare obligaties

Het segment van de openbare obligaties bestaat uit verschillende compartimenten: staatsleningen, supranationale obligaties, obligaties die uitgegeven worden door semi-openbare instellingen of overheidsbedrijven. Al die effecten scharen zich rond het vaandel van een staat of meerdere staten die dezelfde kredietnotering hebben.

 
Zoals hun naam al aangeeft worden staatsleningen in omloop gebracht door een of meerdere staten. Ze worden ook soevereine obligaties genoemd. Binnen een staat mogen bepaalde uitgevers ook openbare obligaties uitgeven. Zo geven de instellingen zoals de CADES in Frankrijk of KFW in Duitsland openbare obligaties uit, alsook openbare instellingen waarin de staat een meerderheidparticipatie heeft (bijvoorbeeld de SNCF), alsook supranationale instellingen (UNO, IMF).

Privé-obligaties

Privé-obligaties zijn in drie categoriën op te delen: financiële obligaties, corporate obligaties (of bedrijfsobligaties) en high yield obligaties.

Financiële obligaties worden uitgegeven door financiële instellingen, doorgaans banken. In deze categorie bestaan verschillende types van schuldbewijzen: de seniorobligaties, de Tier 1, de Lower Tier 2 en andere covered bonds (of ‘gedekte obligaties’).

De senior obligaties bieden de houder de grootste zekerheid. Bij liquidatie van de instellingen genieten de houders van een dergelijke obligatie de hoogste voorrang onder de obligatiehouders. De andere effecten (Tier 1 en Lower Tier 2) worden achtergesteld genoemd en staan bij liquidatie net achter de aandelen. Daarom leveren ze ook een hogere vergoeding op. De covered bonds zijn obligaties waarvan de terugbetaling gegarandeerd wordt door activa, in de meeste gevallen vastgoedactiva. Daarom leveren ze ook een lager rendement op.

 
De niet-financiële ondernemingen die het best genoteerd staan bij de ratingbureaus geven corporate obligaties uit. Minder goed genoteerde bedrijven geven high yield of hoogrenderende obligaties uit. Hoe zwakker de kredietnotering, hoe hoger het rendement.

 
De best genoteerde ondernemingen krijgen het label investment grade of ‘met investeringsgraad’ mee. Dat komt overeen met de lange termijnkredietnoteringen op lange termijn die gaan van AAA (Fitch en S&P) en Aaa (Moody’s) tot BBB- (Fitch en S&P) en Baa3 (Moody’s). Vanaf BB+ (Fitch en S&P) en Ba1 (Moody’s) spreken we van high yield.

Converteerbare obligaties of de in aandelen terugbetaalbare obligaties:

Ten slotte dienen we nog enkele aparte eilandjes te vermelden die zowel door semi-openbare als privé-instanties kunnen uitgegeven worden: het betreft converteerbare obligaties of de in aandelen terugbetaalbare obligaties.  


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen